“Win-Win werkt vaak niet meer”
Maandag 6 juli 2026Serie: Wie maakt de ruimte in Nederland?
Interview met Ralph Kohlmann (Berenschot)
Waarom het Rijk nú scherpe keuzes moet maken
De druk op de Nederlandse ruimte is groter dan ooit: van woningbouw tot de energietransitie, alles draait om dezelfde schaarse vierkante meter. Met de Ontwerp-Nota Ruimte pakt het Rijk de regie terug. Een mooie ambitie, maar hoe landt dit in de praktijk? In de vierdelige serie ‘Wie maakt de ruimte in Nederland?’ bevragen we vier experts uit het veld. Wat is er nodig voor échte uitvoeringskracht?
In dit eerste deel trappen we af met: Ralph Kohlmann, Managing Consultant bij Berenschot over scherpe keuzes en de regierol van het Rijk.
Over Ralph Kohlmann

Ralph Kohlmann is Managing Consultant bij Berenschot en expert op het gebied van bestuurlijke samenwerking in de fysieke leefomgeving. Hij adviseert overheden over complexe ruimtelijke vraagstukken waarbij de belangen van Rijk, provincie en regio samenkomen.
Het Rijk neemt de regie, maar kiest nog te weinig
Ken je de Ontwerp-Nota Ruimte? “Ja, uiteraard ken ik de ontwerp-Nota Ruimte. Ik heb hem na verschijnen gelezen en ook met collega’s besproken wat we ervan vinden en waar de kansen liggen.”
Gebruik je de Nota in de advisering? “Het varieert sterk in hoeverre de Nota aan de orde komt. Als regionale stakeholders geld, kaders of bestuurlijke aandacht van het Rijk nodig hebben, is het waardevol om aan te sluiten bij deze koers. In de lobby-sfeer en de uitwerking van regionaal beleid is de Nota dus heel relevant. Dat kan echter maar tot op zekere hoogte, aangezien de Nota nog best abstract is en weinig concrete keuzes bevat.”
Wat zijn volgens jou de belangrijkste inzichten? “Het is goed dat het Rijk de regie weer terugneemt met een integrale langetermijnvisie. Dat is noodzakelijk vanwege de urgente opgaven. Tegelijkertijd schiet de Nota nu nog tekort in het maken van scherpe keuzes en de vertaling naar gerichte uitvoering.”
Kansen en risico’s van de nieuwe koers
Wat zijn de belangrijkste kansen die je ziet? .
- Samenhang: De inhoudelijke opgaven en speerpunten zijn logisch in samenhang uitgewerkt met ambitieuze, richtinggevende principes.
- VISTA-strategie: Deze perspectieven geven richting per regio en maken maatwerk per gebied mogelijk.
- Spreiding: De forse woningbouw in middelgrote steden rond de Randstad spreidt de bevolkingsgroei en biedt regio’s daarbuiten nieuwe kansen.
Wat zijn de belangrijkste risico’s?
- Regio versus provincie: Er is veel afstemming nodig tussen het regionale schaalniveau van de Nota en de provinciale plannen en de Ruimtelijke Arrangementen.
- Ontbreken van keuzes: Te lang is gerekend op win-win- of procesoplossingen. Die werken vaak niet meer; het Rijk moet duidelijker richting kiezen om te voorkomen dat de visie vrijblijvend wordt.
Van beleid maken naar daadwerkelijk uitvoeren
Wat zou er moeten gebeuren om de Nota echt uit te voeren? “Er is meer duidelijkheid gewenst over de positie van het Rijk op stikstof, landbouw, energietransitie en woningbouw. Hopelijk durft het nieuwe kabinet scherper te kiezen en middelen vrij te maken. Alleen met een beperkt aantal gezamenlijke prioriteiten kunnen Rijk en regio gerichte uitvoeringsafspraken maken in de Ruimtelijke Arrangementen. De huidige arrangementen kiezen nog onvoldoende scherp.”
“We moeten de aanpak vereenvoudigen en prioriteren in een cyclisch proces: start met de belangrijkste prioriteiten en stel periodiek bij. Daarnaast ontbreekt duidelijkheid over financiering. Het helpt als budgetten gebundeld en zonder schotten worden ingezet, zodat integrale gebiedsontwikkelingen makkelijker financierbaar worden.”
Wie of wat hebben we daar het hardste bij nodig? “De implementatie vereist nauwe samenwerking tussen overheden. Alle Rijksdepartementen moeten de Nota zien als een gezamenlijk, integraal sturend kader; het is niet alleen iets van het ministerie van VRO. Een interdepartementaal Nationaal Programma Ruimte zou hieraan kunnen bijdragen.”
“Op alle niveaus moet de focus verschuiven van beleid maken naar kiezen, programmeren en uitvoeren. We moeten publiek-privaat samenwerken en het concept ‘ontwikkelingsplanologie’ afstoffen. Gelet op de schaarste in capaciteit en geld moeten we selectief zijn: beter een beperkt aantal belangrijke ontwikkelingen daadwerkelijk afronden, dan te veel ballen tegelijk in de lucht houden zonder resultaat.”
————
Overzicht van de zomerserie: Wie maakt de ruimte in Nederland?
Dit interview is onderdeel van ons vierluik over de uitvoeringskracht van de Ontwerp-Nota Ruimte. De komende weken leggen we vier verschillende experts dezelfde scherpe stelling voor. Hoe kijken zij naar de toekomst van onze ruimte?
- Deel 1: Ralph Kohlmann (Berenschot) over waarom win-win-oplossingen op de schaarse vierkante meter vaak verleden tijd zijn. (Online vanaf 6 juli 2026)
- Deel 2: Johan Simon (Bureau voor Omgevingsmanagement) Waarom sterke Rijksregie vraagt om sterke processen en het écht begrijpen van de spanning. (Online vanaf 17 juli 2026)
- Deel 3: Jasper Benus (Dietz) Plannen maken is leuk, maar hoe krijg je de samenleving écht mee als de keuzes pijn gaan doen? (Online vanaf 6 augustus 2026)
- Deel 4: Michiel Otto (HEVO) Van abstracte Haagse teksten naar bakstenen in de modder: hoe landt de visie daadwerkelijk op de werkvloer? (Online vanaf 20 augustus 2026)