“Zonder proces klopt de keuze niet”
Vrijdag 17 juli 2026Serie: Wie maakt de ruimte in Nederland?
Interview met Johan Simon (Bureau voor Omgevingsmanagement)
Waarom we keuzes anders moeten organiseren
De druk op de Nederlandse ruimte is groter dan ooit: van woningbouw tot de energietransitie, alles draait om dezelfde schaarse vierkante meter. Met de Ontwerp-Nota Ruimte pakt het Rijk de regie terug. Een mooie ambitie, maar hoe landt dit in de praktijk? In de vierdelige serie ‘Wie maakt de ruimte in Nederland?’ bevragen we vier experts uit het veld. Wat is er nodig voor échte uitvoeringskracht?
In dit tweede deel spreken we met Johan Simon, directeur en strategisch omgevingsmanager bij Bureau voor Omgevingsmanagement, over de cruciale rol van zorgvuldige samenwerking en de Mutual Gains Approach
Over Johan Simon

Johan Simon is directeur en strategisch omgevingsmanager bij Bureau voor Omgevingsmanagement. Hij adviseert overheden en initiatiefnemers bij complexe ruimtelijke vraagstukken op het snijvlak van systeem en samenleving. Zijn expertise ligt in het ontwerpen van besluitvormingsprocessen die standhouden in een politiek-maatschappelijke dynamiek, met een sterke focus op de Mutual Gains Approach.
Beter samenwerken aan de keuzes over de inrichting van onze ruimte
Ken je de Ontwerp-Nota Ruimte? “Ja, ik ken de Ontwerp-Nota Ruimte en volg deze ontwikkeling met veel aandacht. De Nota markeert een duidelijke beweging: het Rijk neemt opnieuw meer regie op de inrichting van Nederland. Dat is begrijpelijk. De druk op de ruimte is groot en de opgaven grijpen steeds sterker in elkaar. Zonder richting en samenhang wordt het lastig om tot keuzes te komen die op lange termijn houdbaar zijn.”
“Ik lees de Nota echter niet alleen als een ruimtelijke visie, maar ook als een signaal dat de manier waarop we in Nederland ruimtelijke keuzes voorbereiden en organiseren mee moet bewegen met de complexiteit van deze tijd. Hier ligt voor mij de belangrijkste opgave: niet alleen sterker sturen op de ruimte, maar ook beter samenwerken aan de keuzes over de inrichting van onze ruimte. Want hier gaat het in de praktijk vaak mis.”
Gebruik je de Nota in de advisering? “Ik gebruik de Nota vooral als duiding van de beweging waarin mijn opdrachtgevers zich bevinden. In mijn praktijk zie ik dat organisaties steeds vaker opereren in situaties waarin meerdere opgaven samenkomen, belangen botsen en de druk op besluitvorming toeneemt. De Nota bevestigt deze realiteit. Ik zie dat de manier waarop besluiten vaak worden voorbereid hier nog niet goed bij aansluit. Keuzes worden nog vaak lineair ontwikkeld, waarna de omgeving later wordt aangehaakt.”
“Mijn advisering richt zich op de kwaliteit van het proces waarin keuzes ontstaan. Juist in een context van sterkere regie vanuit het Rijk wordt het belangrijker om aan de voorkant scherp te krijgen wie betrokken moet zijn, wat er speelt en welke gesprekken eerst gevoerd moeten worden. Niet om het proces te vertragen, maar om te voorkomen dat je later vastloopt.”
De kwaliteit van besluitvorming wordt steeds bepalender
Wat zijn volgens jou de belangrijkste inzichten? “De kracht van de Nota zit in het erkennen van de realiteit: niet alles kan overal en keuzes zijn onvermijdelijk. Dit vraagt om regie en samenhang. Maar het belangrijkste inzicht zit een laag dieper: de complexiteit is zo groot geworden, dat de kwaliteit van besluitvorming steeds bepalender wordt.”
“Plannen kunnen inhoudelijk sterk zijn en bestuurlijk gedragen, maar alsnog vastlopen zodra ze de praktijk raken. Dit gebeurt wanneer perspectieven te laat in beeld komen of het gesprek pas start als de richting al grotendeels vastligt. Keuzes die wel standhouden, ontstaan als verschillen op tijd zichtbaar worden, spanning niet vermeden wordt maar onderdeel van de afweging is en betrokkenen het proces kunnen volgen en begrijpen. Niet omdat iedereen het eens is, maar omdat het proces klopt.”
Sterke regie vraagt om sterke processen
Wat zou er moeten gebeuren om de Nota echt uit te voeren? “De uitvoering van de Nota vraagt meer dan bestuurlijke afspraken, programma’s en instrumenten. Als de ambitie is om integrale en soms ingrijpende keuzes te maken, dan moet de manier waarop die keuzes tot stand komen buitengewoon zorgvuldig gebeuren.”
“In veel trajecten zie ik dat samenwerking met de omgeving pas op gang komt wanneer de richting al grotendeels vastligt. Dan verschuift participatie naar uitleg en acceptatie achteraf. Zo ontstaan conflicten en vertraging. De sleutel in goed samenwerken ligt eerder: in de fase waarin een vraagstuk nog open is. Waar nog ruimte is om te begrijpen wat er speelt, wie geraakt wordt en waar de echte spanning zit. Sterke regie vraagt om sterke processen. Als je aan de voorkant niet zorgvuldig organiseert, betaal je hier later de prijs voor.”
Omgevingsmanagement: Niet als sluitstuk, maar als vertrekpunt
Wie of wat hebben we daar het hardste bij nodig? “We hebben mensen en organisaties nodig die kunnen werken op het snijvlak van systeem en samenleving. Het gaat niet alleen om kaarten en programma’s, maar vooral om mensen, belangen en vertrouwen. Daarom vraagt de uitvoering van deze Nota om sterk omgevingsmanagement. Niet als sluitstuk, maar als vertrekpunt.”
“Als Nederland kiest voor meer regie, dan moet ook de kwaliteit van de samenwerking omhoog. Anders ontstaat het risico dat regie vooral doorzettingskracht wordt, terwijl de uitvoering vastloopt in wantrouwen en vertraging. Goede keuzes beginnen zelden bij het direct zoeken naar oplossingen; ze beginnen bij het goed begrijpen van de spanning.”
De Mutual Gains Approach als stevig fundament
“Binnen mijn vakgebied is veel ervaring opgedaan met een manier van werken die juist voor dit soort opgaven relevant is: de Mutual Gains Approach. Deze benadering gaat ervan uit dat duurzame keuzes niet ontstaan door het uitruilen van standpunten, maar door het zichtbaar maken en verbinden van onderliggende belangen. In plaats van te sturen op een compromis, wordt gezocht naar oplossingen die voor meerdere partijen waardevol zijn.”
“Wat deze aanpak sterk maakt, is dat het samenwerking ziet als vertrekpunt van besluitvorming. Partijen worden vroeg betrokken, belangen worden expliciet gemaakt en er ontstaat ruimte om samen nieuwe oplossingen te ontwikkelen. In de uitvoering van de Ontwerp-Nota Ruimte ligt hier een kans. De Mutual Gains Approach biedt hier een stevig fundament voor: eerst begrijpen wat er speelt, vervolgens samen waarde creëren en pas daarna keuzes maken. Zo maken we het verschil tussen plannen die worden vastgesteld en keuzes die ook echt gaan werken.”
————
Overzicht van de zomerserie: Wie maakt de ruimte in Nederland?
Dit interview is onderdeel van ons vierluik over de uitvoeringskracht van de Ontwerp-Nota Ruimte. De komende weken leggen we vier verschillende experts dezelfde scherpe stelling voor. Hoe kijken zij naar de toekomst van onze ruimte?
- Deel 1: Ralph Kohlmann (Berenschot) over waarom win-win-oplossingen op de schaarse vierkante meter vaak verleden tijd zijn.
- Deel 2: Johan Simon (Bureau voor Omgevingsmanagement)
Waarom sterke Rijksregie vraagt om sterke processen en het écht begrijpen van de spanning. - Deel 3: Jasper Benus (Dietz)
Waarom keuzes uit de Nota Ruimte lokaal nooit als voldongen feit mogen landen en de ‘M’ van maatschappij onmisbaar is. - Deel 4: Michiel Otto (HEVO)
(Online vanaf 20 augustus 2026)